De eindeloze saga van Harry en Meghan: wat is de stand van zaken?

De eindeloze saga van de handelsmerkactiviteiten van Prins Harry en Meghan Markle gaat verder. Een paar weken geleden kondigden Harry en Meghan geheel onverwacht aan hun rol in het Britse koningshuis te willen beperken. Gehoopt werd op steun vanuit de koninklijke familie, maar niets bleek minder waar. 

Prins Harry en vrouw Meghan mogen van de Koningin niet langer de titel “Royal Highness (Koninklijke hoogheid)” gebruiken. In plaats daarvan zullen ze bekend staan als Harry, hertog van Sussex en Meghan, hertogin van Sussex. Maar wat gebeurt er dan met het merk van de ex-royals? “Sussex Royal” werd door de Foundation of the Duke and Duchess of Sussex aangevraagd in juni 2019. Het koppel kondigde aanvankelijk de lancering van hun merk Sussex Royal vorig jaar aan, waarbij het eerste gebruik van de naam een Instagram-account was in april 2019.In december 2019 werd een internationale handelsmerkaanvraag ingediend in de rechtsgebieden van onder andere de Verenigde Staten, de Europese Unie, Australië en Canada. Met het merk waren Harry en Meghan van plan om activiteiten voor goede doelen te ondernemen, en om lesmaterialen en boeken uit te brengen. Ook al hebben Harry en Meghan volgens de Britse kranten al geaccepteerd dat ze de naam Sussex Royal niet meer mogen gebruiken, hadden ze feitelijk het merk geregistreerd kunnen krijgen?

De wet

Een belangrijk element in het debat is te wijten aan de bepaling in de UK Trademarks Act 1994. Door deze wet, waaraan het UK Intellectual Property Office verbonden is, worden in bepaalde omstandigheden de registratie van handelsmerken met het woord Royal verhinderd. Een merk dat bestaat uit de koninklijke wapens, een afbeelding van de koninklijke kroon, een vertegenwoordiging van Hare Majesteit (of een imitatie daarvan) of iets dat ertoe kan leiden dat personen denken dat de aanvrager koninklijke bescherming heeft, wordt niet geregistreerd tenzij blijkt dat toestemming is gegeven door of namens Hare Majesteit of het relevante lid van de Koninklijke familie.    

Cruciaal is dat de UKIPO-handleiding voor het onderzoeken van handelsmerken het gebruik van het woord ‘royal’ niet onder alle omstandigheden uitsluit. Zo staat er dat “het woord ‘koninklijk’ onwaarschijnlijk is om aan te duiden op Koninklijke bescherming of autorisatie voor alledaagse dingen (bijvoorbeeld verzekeringen) of voor goederen die ver genoeg verwijderd zijn van enige associatie met de Koninklijke familie (bijvoorbeeld skateboards). Door deze regel wordt een merknaam zoals “Royal Club” voor frisdranken wel geaccepteerd. Uitsluiting bestaat wel voor sommige potentieel problematische goederen en diensten die op een Koninklijke link kunnen wijzen, dit “zijn echter (onder andere) liefdadigheidsdiensten”. 

De interpretatie 

Aangezien de ex-royals van plan waren om activiteiten voor goede doelen te ondernemen onder de naam Sussex Royal is de vraag of Sussex Royal onder dergelijke verboden zou zijn gevallen en of de statusverandering van de hertog en hertogin van Sussex ook de situatie veranderd zou hebben. 

De hertog en hertogin van Sussex zijn nog steeds lid van de koninklijke familie en hoewel ze zijn overeengekomen de term ‘Royal Sussex” niet te gebruiken, zullen hun posities als leden van de familie niet veranderen. Dit zou kunnen hebben betekend dat de aanduiding “Royal” op een daadwerkelijke Koninklijke link had gewezen, en dat verwarringsgevaar geen rol had gespeeld. De bepalingen hadden daarom geen probleem moeten zijn geweest voor de Britse aanvraag van Harry en Meghan. 

Ook hebben de Britse regelgevingen uiteraard geen jurisdictie in het buitenland. Mogelijk zou dan zijn geweest om de merknaam overal, behalve in het Verenigd Koninkrijk, aan te vragen. Als ze dit alsnog van plan zijn moeten ze overigens wel snel zijn, pogingen tot het indienen van de merknaam Sussex Royal komen momenteel overal in de wereld voor, waaronder in Argentinië, Australië, Canada, Italië, Nieuw-Zeeland, Spanje en de Verenigde Staten. 

Omdat er geen vergelijkbaar precedent bestaat, is deze conclusie uiteraard hypothetisch en alleen gegrond op de interpretatie van de Engelse wetgeving. Als Harry en Meghan niet overeengekomen zouden zijn met het Britse Koningshuis had het beslissende woord van de Koningin altijd nog tegen kunnen werken.  

Harry en Meghan delen overigens wel dezelfde conclusie: Harry en Meghan hebben hun website sussexroyal.com bijgewerkt met een uitbreiding van de verklaring van hun woordvoerster. Onder “aanvullende details” staat: “Hoewel er geen jurisdictie is door de Monarchie of het kabinet over het gebruik van het woord ‘Royal’ in het buitenland, zijn de hertog en hertogin van Sussex niet van plan ‘Sussex Royal’ of enige iteratie te gebruiken van het woord ‘Royal’ op elk grondgebied (hetzij in het VK of anderszins) wanneer de overgang in het voorjaar van 2020 plaatsvindt.

“Koninklijk”?

Een directe vergelijking van de situatie in het Verenigd Koninkrijk met Nederland is niet te trekken (de Britten zijn nou eenmaal vaker uniek, denk aan Brexit), maar wat zijn de regels precies in Nederland met betrekking tot het gebruik van het woord “Koninklijk”? 

Volgens de officiële website van het Koninklijk huis mag je pas het woord “Koninklijk” gebruiken wanneer het als een officieel Predicaat word toegekend door de Koning himself. Er is een behoorlijk aantal richtlijnen waar ondernemingen aan moeten voldoen om zo’n Predicaat toegekend te krijgen. Als voornaamste richtlijn moet een onderneming honderd jaar bestaan, en het predicaat wordt slechts ter gelegenheid voor een bijzonder jubileum (100- of 125-jarig bestaan en verder bij een veelvoud van 25 jaar) verleend. Verder moet het bestuur van het bedrijf de financiële reputatie en stabiliteit van de organisatie kunnen aantonen door inkijk te bieden in bijvoorbeeld netto omzetten, investeringen en eigen vermogen. Ook is een aantal sectoren volledig uitgesloten voor verlening van het recht. Dit zijn voornamelijk dienstverlenende instanties zoals overheidsinstellingen, ziekenhuizen, advocaten en opleidingsinstituten. Als laatste voorwaarde, wanneer de Koning bereid is het Recht tot het voeren van het Predicaat toe te kennen, is de belangrijkste verplichting van de gerechtigde alles na te laten wat zijn reputatie kan schaden. 

Schending van de Bepalingen kan uiteraard leiden tot verlies van het recht. Bij faillissement, wanneer de onderneming zelfstandigheid verliest of wanneer de aard van de onderneming verandert, vervalt het recht. Ook los hiervan kan het Recht te allen tijde worden ingetrokken. 

Duidelijk blijkt dat de Nederlandse wetgeving een stuk strenger is met betrekking tot het gebruiken van het woord “Koninklijk” (of Royal) als merknaam dan binnen het Verenigd Koninkrijk. Waar je in het Verenigd Koninkrijk nog vrij makkelijk weg kan komen met het gebruik van het woord “Royal” voor producten die niet overstemmen of geassocieerd kunnen worden met het Koninghuis, raak je in Nederland al zeer snel in juridische problemen als je het woord zonder toestemming toevoegt aan je merk. Zo kwam Royal Dutch Holding er al snel genoeg achter dat het woord “Royal” écht niet gebruikt mag worden zonder Koninklijke status. Het maakte de rechter niet uit dat niet de Nederlandse term “Koninklijk” werd gebruikt, maar de Engelse vertaling, omdat de term “Royal” in Nederland “zo ingeburgerd is dat het publiek er toch mee op het verkeerde been wordt gezet”. 

Het is belangrijk jouw naam en/of merk vast te leggen middels een merk- en/of modelregistratie. Ben je nieuwsgierig naar de mogelijkheden voor jouw bedrijf? Wil je meer informatie over Intellectueel Eigendomsrecht? Neem dan contact met mij op per email ozcan@legalmatters.com of telefonisch 088-6288388. Ik help je graag verder!

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *